© Foto Jan Beerling
23 augustus 2015
'Geld maakt niet gelukkig..'
16 augustus 2015
Nog steeds
© Foto Jan Beerling
Column - De telefoon gaat. Het zijn vrienden die mij vertellen dat
hun dochter in het ziekenhuis in Enschede ligt. Afdeling D4, neurologie.
Afgelopen vrijdag opgenomen vanwege een lichte hersenvliesontsteking. Vandaag
hoor ik het. Echt zo'n toevalligheid waarbij dingen samen vallen. Want vandaag
is het 16 augustus 2015. De komende nacht is het precies negen jaar geleden dat
ik van de trap zou vallen en een dwarslaesie oploop. Morgenochtend zou ik dan gevonden
en per ambulance vervoerd naar datzelfde Enschedese ziekenhuis. Dezelfde afdeling
neurologie en ook nog dezelfde kamer. Alleen staat haar bed op een andere plek want
ik had toen een raamplaats. Het weer was negen jaar geleden anders: zonnig en
behoorlijk warm. Die dag besprak ik 's middags wat veranderingen met degene die
mijn webpagina bijhoudt. Daarna nog een kop koffie bij een kennis die daar
dichtbij woont. Niks aan de hand, een gewone dag zoals er zoveel zijn.
Nietsvermoedend en opgewekt stapte ik in mijn auto en reed naar huis. Die nacht
werd alles in één klap anders. Nu heb ik een leven na de val en een leven voor
de val. Dat noem ik mijn vorige leven. Mijn nieuwe leven is nu negen jaar oud
en ik moet bekennen dat het went. Ik kan niks met opmerkingen als 'heb je het
al geaccepteerd?' of 'heb je het al een plekje gegeven?' Ja hoor. Achter in
mijn tuin in een ontzettend diep gat. Wel heb ik er mee leren omgaan. Ik moet
wel als ik verder wil. En ik wíl verder. In het begin zei ik al dat ik een
handicap heb en dat ik niet mijn handicap ben. Dat ik kijk naar wat ik wel kan
en niet naar wat ik niet kan. Daarin zit natuurlijk ook een vorm van acceptatie.
Dat scheelt weer in mijn energie. Maar ik kan naast een vorm van acceptatie ook
werken aan vooruitgang want het één sluit het andere niet uit. Daar ben ik mee
bezig. Niet iedereen begrijpt dat en ook niet iedere therapeut. 'Je moet je
niet zo vastbijten', zei eentje die niet kon geloven dat ik naast mijn streven
naar verbetering ook nog een privéleven heb en mijn werk. Een Nijmeegse
therapeut, die ik zeer hoog acht begrijpt dat. 'Je moet al veel doen om alleen
al te behouden wat je hebt.', zei hij. 'Vooruitgaan kost extra energie'. Dat
heb ik er dus voor over. Nog steeds.
08 augustus 2015
Betrapt
© Foto Mariëtte de Groot
Column - Ik ben op tijd maar ze zit er al. Een tafeltje onder de bomen, een beetje in de schaduw. Ze is vandaag jarig, een jaar jonger geworden dan ik. Dat duurt maar een maandje en dan ben ik weer twee jaar ouder. Een race die niet te winnen is en die pas stopt op een manier waarvan we hopen dat dit nog lang duurt. Naast haar zit al een vriendin. Het is het mooiste terras van Hengelo. In het parkje tegenover het station. Lekker aan het water van de grote vijver met het geluid van de klaterende fontein op de achtergrond. Af en toe horen we het gerommel van een trein. Verder rust. Alleen het geluid van muziek die de huidige eigenaar van dit etablissement helaas aan de sfeer denkt te moeten toevoegen. De felicitaties. Drie zoenen. Twee op de wangen en de derde op de mond. Het cadeau. Een boek waarvan ik zeer hoop dat het in de smaak valt. Dat doet het. De vriendin lijkt het ook een aardig boek. Dan de twee hortensia's uit eigen voortuin en meegenomen in een plastic zak. Voor op tafel. Er is er één jarig en dat mag gezien worden. Ik wist niet dat er al plastic bloemen op alle tafeltjes stonden. Ik vraag om een klein vaasje met water voor mijn bloemen die niet van plastic zijn. Het wordt gebracht. Nog een vriendin arriveert. Felicitaties, zoenen en cadeautjes. Mijn oog valt op het tafelnummer. Een driehoek van gebogen aluminium met daarop aan beide kanten het nummer. Het getal is ook de datum van de dag van haar verjaardag en van de maand. Die zijn hetzelfde. Ik laat het zien en zij ziet lachend het toeval daarvan. Zou een leuk souvenirtje zijn. Meer bezoek komt. Opnieuw felicitaties en zoenen. Ondertussen probeer ik het tafelnummer ongezien te bemachtigen. Wil ik meenemen als verrassingscadeautje straks. Het meegekomen kleinkind van drie loopt tussen de tafeltjes enthousiast met nummers te husselen. Het door mij te verduisteren nummer zal straks niet opvallen, denk ik met voorbedachten rade. Dan heb ik het te pakken. Niemand merkt het. Maar waar laat ik het? In de plastic zak die ik bij me had voor de bloemen? Zit nu weggefrommeld in haar tas op de grond. Ik pak de zak en frommel het metalen driehoekje er tussen. Ineens staat er een ober de bestelling op te nemen. Iets gezien? Ik geloof het niet en ik stop de plastic zak weer in haar tas. Aan het eind gaan we weg. Zij pakt haar tas en wil de plastic zak gebruiken om de bloemen in te doen. Blikkerig rammelt het genummerde kleinood vrijuit op de planken van het terras. Zij schrikt. Ik voel mij betrapt en meenemen durf ik nu niet meer. Het was zo mooi geweest. Op de beide zijkanten zien we het tafelnummer staan. Samen vormen ze de datum van vandaag. Van haar verjaardag: 8-8.
02 augustus 2015
De inventaris
© Foto Jan Beerling
Column - Ik ga aan een tafeltje zitten in mijn vaste horeca
gelegenheid in het centrum. De serveerster brengt al direct een dampende kop
thee. Ik moet grinneken. Ik had nog niet besteld namelijk maar dit betekent dat
ik er nu echt bij hoor. Bij de vaste klandizie. Inmiddels kom ik hier al weer
een jaar of acht. Het begon toen ik net thuis kwam uit de revalitaria. Voor het
vervoer was ik afhankelijk van de rolstoeltaxi. Ritten moet je minimaal een uur
van te voren boeken en dit is dan een ideale plek om te wachten op de terugrit
naar huis. Later kreeg ik een handbike waarmee ik zelfstandig overal naar toe
peddel. Maar de plek is gebleven. Vooral als ik alleen ben. Ik kan mijn
handbike er makkelijk parkeren in de overdekte gang die de winkels verbindt. Er
zijn verschillende winkels waaronder een supermarkt, een drogist en een
boekenshop waar ik wel eens een kaartje haal om te versturen. En er is een
pinautomaat op rolstoelhoogte. Bij mijn vaste horecatent kan ik in mijn
rolstoel zo naar binnen. Erg belangrijk want bij de meeste kroegen in Hengelo is
dit niet zo. Verder is de bediening zeker vriendelijk. Maar wat ook belangrijk
is als je zomaar even ergens een stukje tijd zit te verdrijven. Er is er veel
te zien en ik hou er van om, zeker als ik alleen ben, te genieten van wat er
voorbij gaat. Vooral op het terras bij mooi weer. Mooie dames natuurlijk, maar nog
veel meer. De dealers van enkele jaren geleden zie ik niet meer. Dat vind ik
niet erg. De rondhangende zwervers hebben nu een vaste plek aan de andere kant
van het plein. Af en toe steekt er een over om verse blikken bier te halen bij
de super. Gebleven is de vaste plek voor de Roma-accordeonist of
-blaadjesverkoper van dienst. Een enkele zonderling komt voorbij, winkelend
publiek en een paar prachtig uitgedoste gothic jongeren. Soms is het compleet
theater. Laatst een man en een vrouw, beiden in een scootmobiel. Ze zien er uit
als daklozen uit een grote stad met hun hele hebben en houden in een
supermarktkarretje. Dit stel gebruikt de scootmobiel daar voor. Ik wist niet dat
je zoveel mee kon nemen op zo'n ding. Waar hoor ik nu bij, vraag ik me wel eens
af. Ik kom daar vaak, soms iedere dag even een uurtje. Dan weer een tijdje
niet. Er zitten her en der vaste clubjes bezoekers die ik 'inventaris' noem.
Wanneer hoor je bij die 'inventaris', denk ik wel eens. Een tijdje geleden ging
de 'inventaris' mij groeten en toen wist ik het zeker. Als de 'inventaris' je
begint te groeten, dan hoor jij daar ook bij. Ik hoor bij de 'inventaris'.
23 juli 2015
Oom Tony zwaait
© Foto Jan Beerling
Column - Een jaar of acht of negen moet ik zijn geweest toen ik bij hem op zijn scooter mee mocht rijden. Goed rechtop staan op de voetenplank moest ik van hem. Tussen zijn knieën want ik mocht er niet af vallen en met mijn handen stevig aan het stuur. Met de wind door mijn haren voelde ik mij een hele piet. Mijn oom Tony was bij ons op bezoek en dan mocht ik meestal even mee. Het was eind vijftiger jaren en mijn ouders hadden een buurtcafe in Hengelo. Mijn oom Tony kwam daar regelmatig op bezoek. Als vertegenwoordiger in stofzuigers ging hij op zijn scooter bij zijn klanten langs. Altijd onderweg. Mijn vader was zijn oudste broer en daar kwam mijn oom regelmatig aanzetten. Niet alleen voor de koffie en een familiebezoekje, maar zeker evenveel voor de wc. Met de hele dag onderweg was de nood soms erg hoog. Vooral de 'grote boodschap´. Dan stormde de gekwelde vertegenwoordiger meteen met grote passen door naar de wc waarna we konden meegenieten van zijn opluchting. Nu sta ik bij een open kist met daarin het lichaam van oom Tony. Een paar dagen daarvoor overleden na een periode van ziekte. En dat is hem aan te zien. Volgens de familie heeft hij niet veel pijn gehad en heeft hij tot bijna aan het eind van het buitenleven genoten. Zes jaar geleden verhuisde ik naar het huis waar ik nu woon. Daar moest veel aan gebeuren. Aanpassen aan de rolstoel en natuurlijk heel veel schilderwerk. Het lakwerk wilde mijn oom graag doen. Vond ie leuk. Tante kwam mee en was voortdurend in de weer met kleinere klusjes en de hulpploegen voorzien van koffie, allerlei kleinere dingetjes en meer. Nichtlief werd één van de helpers die de muren en plafonds met roller onder handen namen. Op mijn vraag of ik mijn oom op zijn tweeëntachtigste wel op een ladder mocht laten klimmen, reageerde hij bijna beledigd. Nu is hij er niet meer. Maar hij zit vast en zeker aan de grote familietafel daar boven. En daar is hij echt niet alleen. Mijn ouders zijn er ook en nog meer familie. 'Pa zwaait' staat er op de kaartjes met een vrolijk zwaaiende oom Tony op de voorkant, die de familie in de condoleanceruimte heeft verspreid. Ik kijk even omhoog en zwaai ook maar even. Dag oom Tony. Het is goed zo.
16 juli 2015
'Ontvoerd' in een V12...
Column - 'Waar wil je heen', vraagt mijn chauffeur. 'Parijs!', dacht ik. 'Richting Deurningen?', zeg
ik aarzelend. Hij start en de machtige V12 motor onder de eindeloos lange
motorkap komt diep grommend tot leven. Heerlijk, wat een geluid. Ik zou er zo
een cd van kopen. Ik zit in een knalrode Jaguar E-type uit 1972. De
E-type is de mooiste auto ooit gebouwd. Dit is de uitvoering met de machtige V12
motor. En dat hoor je. Helaas zit ik niet achter het stuur, maar aan de
passagierskant. Het begon een aantal weken geleden toen ik in Enschede moest
zijn. Ik reed zelf in mijn aangepaste bus en had iemand mee om mij te helpen.
Rijdend over de Deurningerstraat in Enschede zag ik plotseling de rode Jaguar
staan. 'Dat is nu een E-type', zei ik tegen mijn passagiere. 'Daar zou ik graag een keer in mee willen rijden'. Het is een jongensdroom die ik
al lang heb. We stopten en mijn reisgenote stapte uit om her en der aan te
bellen om de eigenaar op te sporen. De tweede poging was raak en ze kreeg van
de verbouwereerde bezitter een email adres waar ik maar een berichtje heen
moest sturen. Dat gedaan en twee mailtjes verder was het rond. Ik mocht mee.
Toch had ik zelf ook een twijfel. Ik wilde niet rondgereden worden als
gehandicapte die een keer in een sportwagen mee mag rijden. Dat gebeurt al één
keer per jaar op Vliegveld Twente. Alle respect daarvoor maar dat is niet aan
mij besteed. Ik wil gewoon mijn droom verwezenlijken. Persoonlijk heb
ik niks met Ferrari of Lamborghini. Maar een ritje in een Jaguar E-type,
daar mag je me voor wakker maken. Daar droomde ik voor mijn handicap ook al
van. Een mooiere auto is er niet. Het zullen de ronde vormen en lijnen
wel zijn, die bijna vrouwelijk aandoen. Ik weet het niet. Maakt mij ook niet
uit. Deze zaterdag gaat het dus gebeuren. 's Ochtends plotseling een
telefoontje: 'kun je vanmiddag? Het wordt mooi weer'. Op de afgesproken tijd
stopt er een rode Jaguar E-type cabrio voor mijn deur. Samen met een goede
vriend hijst de bestuurder mij op de passagiersstoel. Gordels om en daar gaan
we. Richting Deurningen, dan Weerselo, Tubbergen en via Almelo naar Hengelo
terug. Lekker toeren in een aangenaam tempo. In de dorpen draaien hoofden van
vooral mannen, om naar onze zwaar ronkende machine. Ik voel de wind door mijn
haren en in mijn gezicht. En ik geniet. Bij de stoplichten in Hengelo nog een
plotselinge spurt met gas op de plank om twee vrachtwagens te passeren voordat
de weg weer smaller wordt. Een zware brul en ons rode monster sprint vooruit met
zijn enorme kracht. Ik voel me hartstikke jarig. Ik heb mijn jongensdroom
gerealiseerd.
10 juli 2015
Ontmoeting tussen de oren
© Foto: Jan Beerling
Column - 'Durf jij naar binnen?', fluistert ze vlak naast me. Ik
twijfel. Het is september 1980 en ik sta in het halfduister van een soort
circustent op de Oude Markt in Enschede. Ik ben net begonnen aan het eerste
jaar van de Sociale Academie en sta met een groepje klasgenoten aan de ingang
van een grote, schemerige circustent. De tent is onderdeel van een kunstproject
en gaat over de suggestie van je eigen verbeelding en angsten. Bij de ingang is
de sfeer al direct akelig raak. We staan voor een dranghek waar je omheen moet.
Meer mensen druppelen binnen. Onze ogen speuren door het halfduister. Vage schaduwen
en contouren zien we en rook. Iedereen fluistert en blijft staan. 'Wat zien
jullie?', vraagt iemand. 'Ik ga weer naar buiten', zegt een ander. Mijn hart klopt
sneller en ik voel een mengeling van opwindende angst en nieuwsgierigheid.
'Durf jij naar binnen?' fluistert een klasgenote naast mij. Ik haal mijn
schouders op en twijfel. 'Zullen we samen gaan?' vraagt ze. 'Is goed', zeg ik zacht
en ze pakt mijn hand. Samen schuifelen we het hek voorbij, de lugubere tent in.
Voetje voor voetje. Om ons heen kijkend en voortdurend alert. Niet wetend wat
te verwachten. Lampen gaan plotseling aan en weer uit, dreigende silhouetten
verschijnen en verdwijnen. Mijn fantasie werkt goed en de suggesties in de tent
ook. Dan geluiden en meer en suggesties van bloed. Van waden door bloed. Onder
mijn voeten voel ik het nu. We waden écht door bloed! Zo voel ik het onder mijn
schoenen. Ik walg en voel duidelijk haar hand. Stevig in mijn hand. Verder
schuifelen we. Voorzichtig, twijfelend en soms terughoudend. Ineens uit het
niets schiet een groot kadaver voor ons langs. Ik schrik. Zij knijpt in mijn
hand en ik hou ongetwijfeld haar hand ook steviger vast. Haar hand voelt
vertrouwd en ik ga door. Plotseling zijn we aan het einde. Ineens staan we weer
buiten. Opgelucht haal ik adem en kijk naar mijn klasgenote. Ik kijk en het
duurt even voordat ik het besef. De hand van mijn klasgenote voelde vertrouwd
en had mij tijdens de lugubere tocht geholpen verder te gaan. Als ik schrok dan
schrokken we samen en samen schuifelden we verder. Inderdaad, zonder elkaar
echt aan te kijken. We keken voortdurend om ons heen en vooruit. Maar nu staan we weer in
het licht en ik kijk stomverbaasd in het gezicht van een mij volkomen onbekende
vrouw.
Abonneren op:
Posts (Atom)





