
26 mei 2013
Gezocht: realidanten en oud-revalidanten van Roessingh
Ik zoek revalidanten en oud-revalidanten van revalidatiecentrum Roessingh in Enschede. Revalideer je in Roessingh of heb je er gerevalideerd, geef je dan op voor het unieke project 'Spaghetti'. Mijn vorige project 'StarringU!' was de aanleiding voor het opzetten van 'Spaghetti'. Deelnemers gaan dit keer niet alleen op de foto zoals ze zelf willen, maar kunnen in plaats daarvan ook gedichten, korte verhalen of iets anders schrijven. Op de foto gaan én iets schrijven kan ook. Er zijn nog enkele plekken vrij voor deelname aan 'Spaghetti'.


10 mei 2013
Hoofdzaken
© Foto Jan Beerling
Deze column van mij publiceerde uitgeverij Wegener eerder in haar huis-aan-huisbladen. Kwam hem weer tegen en moest lachen.
Column - Ik zag een vreemd uitziend aapje. Grote ogen, mond open. Het
beestje was duidelijk bang. Mannen en vrouwen in witte jassen er om heen. Maar
iets was niet in orde. Het hoofd van het arme beestje zat niet op zijn eigen
lichaam, hoorde ik de wetenschapper zeggen. Het was op tv en ik kwam er tijdens
het zappen langs. Trots vertelde de onderzoeker dat het hem gelukt was het
hoofd van een aapje los te schroeven en op een ander lichaam vast te knopen.
Hij had niet alles vastgemaakt, vertelde hij nog. Want dat was voor dit
onderzoek niet nodig. Daarom was het te veel werk. Zijn doel was alleen maar aan
te tonen dat het mogelijk is. Straks kan het ook bij mensen en dan knoopt hij
wel alles weer aan elkaar. Eerst was ik verbijsterd. Afschuwelijk vond ik het.
Maar ik zag ook de mogelijkheden. Medici transplanteren al allerlei losse
onderdelen en het hoofd is ook een los onderdeel. Vingers en zelfs een hand
kunnen ze er tegenwoordig al weer aan zetten. Borsten worden vergroot en via
spammail krijg je voortdurend aanbiedingen voor penisvergrotende middelen. Dus
waarom niet meteen je complete lichaam vervangen voor iets dat je beter bevalt.
Sekseveranderende operaties zijn niet meer nodig. Gewoon het hoofd meteen op
een vrouwen-, dan wel mannenlichaam plakken en de rest gaat vanzelf. Ik zelf zou
een lichaam uitzoeken dat nog een beetje redelijk kan lopen. Het lichaam van
een sporter hoef ik niet. Dat moet je ook bijhouden en dat is erg vermoeiend. Liever
een doorsnee lichaam dat niet te veel onderhoud vraagt. Dat met een beetje
beweging op zijn tijd tevreden is. Zal eens beginnen met om mij heen te kijken
naar een geschikte kandidaat. Want je weet maar nooit. Wanneer het zo ver is
wil ik toch wel een geschikte donor achter de hand hebben.
28 april 2013
De recepten zijn van mij
Jorg Immendorf
Onderstaande column van mij is eerder geplaatst in de bladen van Wegener. Maar ik moest gisteravond aan hem denken toen ik werk van hem tegenkwam op internet.
Column - De beroemde Duitse schilder Jorg Immendorf kon kunst
onmogelijk los zien van de maatschappelijke realiteit. Kunstenaars moeten volgens
hem hun verantwoording nemen. Zich niet afzijdig houden van wat er om hen heen
gebeurt. Dat deed hij zelf dan ook ten volle. In mei 2007 overleed de door
de dodelijke spierziekte Amyotrofe
Laterale Sclerose (ALS) getroffen kunstenaar. Immendorf staat bekend als
sociaal bewogen observator en commentator. Hij nam alles wat zich in de
maatschappij voordeed in zich op en beschouwde kunst als een weerspiegeling van
de beschaving. Begin mei zag ik op een Duits tv-zender een reportage over
Immendorf. Aanleiding was een grote overzichtstentoonstelling van hem in
Berlijn. Dat was voor zijn overlijden en de grote meester was aanwezig in
rolstoel. Het was al laat. Ik had eigenlijk geen zin om te kijken en schakelde
uit. Een paar dagen later zapte ik verveeld langs de kanalen. Plotseling kwam
ik op een Duitse zender opnieuw dezelfde reportage tegen. Hij was net begonnen
en ik móest het blijkbaar zien. Een hogere macht had er gewoon voor gezorgd dat
die weer voor mij klaar stond. Ik geloof in dat soort zaken. Gefascineerd keek ik
de reportage tot het einde uit. Afgelopen week ontdekte ik tussen opnamen op
mijn tv-recorder een oude uitzending van het VPRO programma RAM. Even kijken en
weer Immendorf in Berlijn. Tussendoor beelden van de schilder in zijn atelier.
Opnieuw indrukwekkend. Met krachteloze armen in zijn rolstoel en vlijmscherpe
geest geeft hij aanwijzingen aan kunststudenten die hem helpen bij het
schilderen. Regelmatig met zijn hoofd opzij: ‘zigarette bitte’, klinkt het allesbehalve
vragend. Ondertussen vullen zijn assistenten op zijn strikte aanwijzingen de
grote doeken met verf. ‘Kan ik dat ook doen als ik de techniek beheers?’ vraagt
de interviewster. ‘Weet ik niet’, twijfelt de kunstenaar. Dan stellig: ‘Zij
brengen slechts de verf aan maar de recepten zijn van mij’.
19 februari 2013
Bij de Pilaarheiligen
© Foto Irma Bruggeman
Een heilige ben ik niet. Ook niet echt een zondaar of
zoiets, maar een heilige is toch iets anders. Vooral een pilaarheilige. Iemand
die besluit de rest van zijn leven of een deel van zijn leven, op de top van
een hoge pilaar door te brengen als boetedoening. Alle respect daar voor maar
dat zie ik mezelf niet doen. Ik voldoe wel eens een boete, maar die is dan meer
van stoffelijke aard. Meestal met een foto als bewijslast voor de zonde. Een
paar kilometer te hard gereden. Maar toch heb ik nu iets met heiligen en een
kerk te maken. Een heuse basiliek zelfs. Samen met negen andere kunstenaars doe
ik mee aan het toch zeker uniek te noemen kunstproject 'Pilaarheiligen, de
kracht van soberheid.' Aan tien pilaren in de Lambertusbasiliek in Hengelo,
hangen nu tien kunstwerken van even zovele kunstenaars. De Lambertusbasiliek
heeft aan iedere pilaar een beeld van een heilige. Vandaar de titel
'Pilaarheiligen.' Aan 'mijn' pilaar hangt Theresia van Lisieux. Het idee om in
de kerk te exposeren ontstond bij kunstenaar Pier van Dijk. Hij wist pastoor
Koos Smits warm te krijgen voor dit initiatief. Vrijdag 15 februari was de
opening met inleidingen van onder andere Herman Haverkate, kunstredacteur van
de Twentsche Courant Tubantia, voordrachten van dichteres Marijke Agterbos en
orgelspel van oud-burgemeester van Hengelo, Wolter Lemstra. De huidige
burgemeester Sander Schelberg verrichtte de openingshandeling waarvoor grote publieke
belangstelling was.
De Lambertusbasiliek is te vinden aan de Enschedesestraat,
midden in het stadscentrum van Hengelo. De expositie duurt nog t/m 22 maart.
Openingtijden: ma. t/m za: 9.30-10.30 uur, wo, za en zo:
14.00-16.00 uur.
07 december 2012
Make my day
© Foto Jan Beerling
Column - Ik rij met mijn handbike naar het gemeentelijke zorgloket.
Het is een mooie dag. De zon schijnt. ‘Eerst mijn voorziening ophalen’, dacht
ik. Een nieuwe wet gaat de zelfstandigheid van gehandicapten vergroten. Conflictsituaties
moet je nu zelf oplossen. Iedere gehandicapte krijgt in het kader van de Wet op
Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) een bijpassende voorziening. Gehandicapten
mogen nu een vuurwapen dragen om voor hun recht op te komen. Ik kon kiezen uit “Zorg
in Natura”. Dan krijg ik een wapen uit de gemeentelijke collectie. Of voor “Persoons
Gebonden Schiet Budget”. (PGSB). Dan krijg ik geld om daarmee zelf iets aan te schaffen.
Ik kies voor de fraaie Heckler & Koch MP7A1 uit de gemeentelijke collectie.
Een klein machinepistool, past in de rolstoel en een vuursnelheid van 950
kogels per minuut. Leek me afdoende. Het was druk bij het Zorgloket. P. rijdt
net weg met haar scootmobiel. Ze zwaait met haar nieuwe galante Beretta Compact
met parelmoer ingelegde kolf. Staat haar goed. F. heeft een Beretta Super
Compact gekozen. ‘Spierziekte’, verklaart hij. ‘Deze kan ik tenminste hanteren’.
Ik krijg mijn voorziening en teken de bruikleenovereenkomst. ‘Welk conflict
eerst’, vroeg ik me af. Mijn
ziektekostenverzekeraar die mijn fysiotherapeut voor de tweede keer niet
betaalde omdat dit alleen voor chronische zaken zou zijn. ‘Wat dacht u van een
dwarslaesie?’ vroeg ik daarop. Ook dacht ik aan de hufter die mij in mijn
handbike bijna platreed bij een wegversmalling waar ik voorrang had. Of de
ondoordringbare callcentra van de hulpmiddelenmaffia van een tijdje geleden. Dat
schijnt nu veranderd te zijn. Toch maar beginnen bij de urgentiecommissie voor
de verdeling van aangepaste woningen? Vorig jaar hadden ze mijn lopende
inschrijving zoekgemaakt. Daarna opnieuw via internet ingeschreven. ‘Niet
bekend’, hoorde ik afgelopen week
telefonisch. Gesterkt door mijn nieuwe voorziening en nu met een papieren
inschrijfformulier, ga ik op bezoek. Jongens ‘make my day!’
25 november 2012
Bestuurder
De Dodge Challenger uit Vanishing Point
Autofilm bij uitstek is de cultklassieker Vanishing Point van regisseur Richard Sarafian uit 1971. Held is Kowalski, gespeeld door Barry Newman, die met een Dodge Challenger supercharcher van Denver naar San Fransisco rijdt. Kowalski is gedecoreerd Viëtnamveteraan die nu de kost verdient door auto’s voor anderen te vervoeren. Hij leeft zo´n beetje op speed en wil alleen maar rijden om te vergeten. De hele film is bijna één lange autorit en staat voor het vooral Amerikaanse vrijheidsgevoel dat een auto geeft. Kowalski rijdt en de rest van de wereld jaagt hem. De politie in allerlei staten zit achter hem aan en soms wordt hij lastig gevallen door een mafkees die zich met hem en zijn auto wil meten. In Europa zou je zo´n film niet kunnen maken denk ik. Veel te vol. Veel te weinig ruimte en teveel auto´s voor de ellenlange, superspannende achtervolgingen. Toch is voor ons de auto ook symbool voor vrijheid. Voor mij in ieder geval wel. Ondanks de file´s. Ik bepaal dan zelf waar ik in de file ga staan. Voor een autorit hoef ik niet naar een station. Ik stap voor mijn deur in. En met vakanties hield ik lange trektochten door Europa. Tent en alle spullen achter in. Ik reed altijd grote stations die ook nog snel konden. En ik hield er van. Lekker lang dwalen over al die wegen. Rijden vond ik leuk en vind ik nog steeds erg leuk. Mijn rijproef heb ik in 2008 al gedaan. Met bepaalde aanpassingen mag ik autorijden. En ik heb een auto. Een tweedehandsje met aanpassingen. Een bus met lift. Kan ik met rolstoel achter binnenrijden. Daar schuif ik over op de bestuurdersstoel en weg. In een auto zie ik er niet uit als gehandicapt. Achter een autostuur zijn we allemaal gelijk. Dan zijn we allemaal bestuurder.
31 augustus 2012
The making of 'Toffe Theo'
© Foto Jan Beerling
Column - 'Gaat het wel helemaal goed met die Beerling?' vroeg de verpleging in de revalitaria waar ik op dat moment revalideerde zich af. Dat hoorde ik pas later overigens. Twee jaar lang schreef ik wekelijks columns over mijn dwarslaesie. Uitgeverij Wegener publiceerde die in huis-aan-huisbladen in Hengelo en Almelo. Wegener was indertijd één van mijn vaste opdrachtgevers. Na bekomen te zijn van mijn melding van mijn rampzalig ongeluk en dwarslaesie, was mijn redacteur journalist genoeg om mij te vragen columns over mijn ervaringen en gevoelens te schrijven. Dat viel mij eerst nogal koud op het dak. Na een bedenktijd besloot ik het te doen. Ik was met mijn vak bezig en het er over schrijven kon mij helpen bij het verwerken. En dat heeft het zeker gedaan. Ik schreef over mijn gevoelens, fantasieën, anekdotes en wat al niet meer. Ik verbleef intussen in de revalitaria, zoals ik het centrum gekscherend noemde. Die naam nam niet iedereen mij trouwens in dank af. 's Avonds en in de weekeinden hadden de lange verlaten gangen iets naargeestigs en desolaats. Intussen had ik al verschillende columns geschreven en ik vroeg mij af of ik niet iets spannends kon laten gebeuren tegen deze achtergrond. Het was hard werken daar met de hele dag door een pittig programma om te revalideren. En ellende genoeg om mij heen en met mijzelf natuurlijk. Nee, spannend moest het even worden. Een gangsterverhaal met dreiging en afrekening. Dat werd de column 'Toffe Theo,' in de stijl van een hard boiled detective, waarbij ik me een beetje heb laten inspireren door de boeken van Gouden Strop winnaar Peter de Zwaan. Het was vooral mijn laatste zin over het rondspattend bloed die de verpleging aan het twijfelen bracht. Maar gelukkig was ik me daar op dat moment in het geheel niet van bewust.
Toffe Theo
(Gepubliceerd 27-02-2007)
Naast mij klonk een doffe klap en een diepe grom. Ik keek en zag schele Henkie met zijn hele tronie onder het bloed. Hij duizelde op zijn benen en spuugde een losse tand uit. Een van zijn krukken lag op de grond. Lepe Eddie had hem vol in zijn gezicht geraakt. Eddie wierp mij een dreigende blik toe en loerde spiedend de fysio oefenzaal rond. Niemand had zijn snelle actie opgemerkt. ‘Hé peut’, riep hij grijnzend naar een fysiotherapeut, ‘raap Henkie effe op. Hij sloeg zomaar met zijn smoel tegen de vloer’. Het liep niet lekker tussen Henkie en Eddie. Henkie had het gewaagd in het eetzaalgebied van Eddie te gaan zitten. De jongens van Eddie deden niks onder de ogen van de restaurantmedewerkers. Maar de kiem voor bendeoorlog was gelegd. Henkie had intussen ook wat knapen om zich heen verzameld en enkele tafels veroverd. Iedereen voelde de dreiging en bleef uit de buurt. In het hele centrum was de sfeer veranderd. ’s Avonds kon je maar beter niet in de lange verlaten gangen komen. Dat was gang-land waar de mannen van Eddie en Henkie vanuit hun rolstoelen om de heerschappij vochten. De revalidatieartsen hadden geen idee van wat er zich buiten hun spreekkamers afspeelde. Ik bleef er buiten. Tot ze toffe Theo vonden. Te laat geremd voor een blinde muur, zeiden ze, maar iedereen wist beter. Lepe Eddie had hem met zijn rolstoel geplet in de achterste gang. Die avond haalde ik de Walther P38 uit mijn nachtkastje. Met het oude vertrouwde wapen diep in mijn rolstoelkussen weggedrukt dook ik in een donkere hoek van de achterste gang. Toen Eddie passeerde floot ik. Hij stopte en draaide zijn rolstoel verbaasd om. Ik richtte, kromde mijn wijsvinger en haalde de aangepaste trekker drie keer over. Eddies bloed spatte tegen de muur. Hij had toffe Theo met rust moeten laten.
Abonneren op:
Posts (Atom)




