12 april 2011
Small step
Column - ‘That’s one small step for a man, one giant leap for mankind’ zei astronaut Neil Armstrong toen hij 20 juli 1969 als eerste mens voet op de maan zette. Een beetje als Neil Armstrong voelde ik mij afgelopen donderdag. Ieder week zwem ik en doe ik allerlei oefeningen in het water. In het water kom ik in de buurt van een astronaut. Niet gewichtloos, maar ik weeg toch een stuk minder dan op de kant. Zoals op de maan, denk ik. Ik begin altijd met rugzwemmen om mijn spieren los te maken. Samen met mijn begeleidster, want anders lukt dat niet. Na een paar baantjes ga ik naar de kant. Daar ga ik rechtop in het water staan en hou me met één hand vast aan de kant. Mijn begeleidster ondersteunt mij aan de andere zijde en dan probeer ik passen te zetten. Staan kan ik met name op mijn rechterbeen. Dat hou ik even vol maar dan zak ik weer door mijn knie. En het lopen gaat zwaar. Kost me veel kracht. En ook bij de loopoefeningen is mijn rechterbeen het beste. Maar door mijn trainingen in de Lokomat gebeurt er van alles. Met name mijn rechterbeen werd een stuk sterker. Kon ik eerst niet lang staan en bijna niet zonder ondersteuning, nu kan ik lange tijd op mijn rechterbeen staan. En dat zonder ondersteuning. Afgelopen donderdag beleefde ik weer zo’n overwinning. Ik had een tijdje niet kunnen zwemmen door allerlei omstandigheden. Het lopen zal wel bagger zijn, dacht ik. Maar ik verbaasde mij zelf en anderen. Wel had ik nog wat ondersteuning nodig, maar veel minder. En wat liep ik! Tjezus, doe ik dat zelf? Ja dus. Ik kijk naar mijn rechterbeen en zelfs mijn linker gaat redelijk mee. Mijn begeleidsters zijn ook enthousiast. Geen ‘small leap for mankind,’ maar ‘a hell of a step for me,’ vond ik.
21 maart 2011
Kalm aan
Eerder gepubliceerd op 10-06-2008
86 – Kalm aan
‘Haast je als je tijd hebt, dan heb je tijd als je haast hebt’. Als jonge journalist kreeg ik dat eens mee van een oude rot in het vak. Ik was te laat met een verhaal. Kon toen nog moeilijk de tijd inschatten die ik nodig had. Ging ’s avonds laat door want het verhaal moest af. Gelukkig kon ik het al via een digitale lijn naar de centrale computer van de redactie doorsturen. Ik hoefde dus de deur niet uit. Maar het verhaal werd er niet beter door. Later leerde ik rustig naar bed te gaan en een uurtje eerder op te staan. Met een verse kop koffie zag de dag er fris uit en ramde ik het verhaal zo uit mijn toetsenbord. In mijn werk werd ik rustiger en liet mij de kop niet meer gek maken. Wat bleef was mijn snelle motoriek. Op de één of andere manier ging dat bij mij altijd sneller dan bij anderen. Hoe rustig ik ook was. Mijn reflexen konden zich meten met die van een tafeltennisspeler. Onbewust verraste ik midden in een betoog mijn toehoorders eens door een van tafel vallende pen uit de lucht te plukken zonder dat ik mijn verhaal ook maar een moment hoefde te onderbreken. Kalmte zag er bij mij altijd al anders uit. Sinds ik in mijn wielstoel zit moet ik van velen kalm aan doen. ‘Doe maar kalm aan’, zegt de badmeester meestal wanneer ik in het zwembad heel kalm in de badlift probeer te komen. Een hulp van mij zegt het ook regelmatig en zo nog heel wat mensen. Niemand zegt meer: ‘schiet eens op’. Discriminatie dus want geregeld schiet ik op en ik hou nog steeds van opschieten. Mag niet meer dus. Onze beroemde regionale cabaretier Herman Finkers voelde dat haarfijn aan met zijn uitspraak: ‘Kalm aan en rap wat’.
05 maart 2011
Lokomat revisited
Column - Ik loop weer in de Lokomat en het voelt meteen heel vertrouwd. Toch is het nu al weer bijna vier maanden geleden dat ik twee keer per week trainde op deze super looptrainer bij de Maartenskliniek in Nijmegen. Opnieuw mag ik me weer een cyclus van twaalf sessies door deze machtige machine beet laten pakken en op de loopband laten begeleiden. Mijn benen bewegen en na korte tijd niet alleen door de machine. Er zit nog veel in mijn lichaam en in mijn geest van de eerste training. Mijn nieuwe serie looptrainingen begint met testen en meten. Spannend! Hoeveel zou ik na bijna vier maanden nog over hebben gehouden van mijn in de eerste trainingen opgebouwde en toegenomen kracht. Wel heb ik sindsdien thuis oefeningen gedaan die de begeleidende therapeut mij aanbeval. Na afloop van de test kijkt hij tevreden. De kracht waarmee ik vandaag begin is zo goed als gelijk aan die waarmee ik in november stopte. Mijn startniveau nu is dus een stuk hoger dan toen ik vorig jaar voor het eerst in de Lokomat ging. Hoe zal het straks na twaalf keer zijn? De tijd zal het me leren. Intussen loop ik stug door. Ik kijk op de beeldschermen naar de resultaten van mijn inspanning en in de spiegel tegenover mij. Hé, daar loop ik. Achter en om mij heen King Kong die mij in zijn knuist vast houdt. Een aangenaam en veilig gevoel. Met zo’n maatje wil ik de kroeg wel in om weer eens staand aan de tap een biertje te bestellen. In de spiegel lijk ik ook wel een beetje op een Borg uit Star Trek. Een ras van cyborgs; half mens en half machine. Ik kijk alleen een stuk vrolijker. Borgs lijken nooit plezier te hebben. Dit lopen in de stad van de Vierdaagse voelt goed. En ik ga voor de gladiolen. Zeker weten.
24 februari 2011
Leven in een slip
Column - ‘Kijk in de richting waar je naar toe wílt,’ ik hoor het letterlijk de instructeur roepen. In mijn aangepaste bus gier ik bijna zijwaarts door een bocht van het circuit waar ik mijn anti-slip cursus doe. De instructeur kijkt en kan nog net op zijn ogen wijzen en in de rijrichting. De bocht in volle vaart door driftend snap ik precies wat hij bedoelt. Tijdens het theoriegedeelte legde hij al uit dat je als bestuurder de neiging hebt om te kijken naar de richting waar de auto naar toe gaat. En dat is niet goed. Als je slipt moet je juist kijken in de richting waar je naar toe wílt. En dat werkt. Tijdens de lessen op het spekgladde circuit merk ik het direct. Maar het kost moeite. Je moet er aan wennen om gewoon die kant uit te blijven kijken waar je naar toe wilt. Niet laten afleiden door die schuivende en slippende auto onder je. Auto schuift weg, kijken en tegensturen. Dan de andere kant op. Weer tegensturen en ondertussen blijven kijken. Gaat ie goed? Kom ik waar ik wezen wil? In het dagelijkse leven is het eigenblijk net zo. Daar moet ik de laatste tijd aan denken na een roerige periode. Mijn leven was door allerlei oorzaken aardig aan het slippen. En ik was de hoofdregel een beetje kwijt. Keek niet meer in de richting die ik uit wilde. Met de corrigerende stem van de slipinstructeur in mijn oren ben ik mezelf aan het corrigeren. Probeer het stuur weer goed in handen te krijgen. Waar wilde ik ook al weer naar toe? Oh ja. Dan goed kijken. Ik ben aan het tegensturen en het begint te werken. Ik krijg mijn levensvoertuig weer een beetje in het spoor. De achterkant slipt af en toe nog wat weg, maar de neus gaat al weer de goede kant op.
18 februari 2011
Beperkt
Column - ‘Je bent niet dom, duifje. Je bent beperkt.’ Ik zie de cartoon van de onvolprezen Peter van Straaten nog voor me. En dat is al vele jaren geleden. Ik had toen nog geen dwarslaesie en had ook niet het flauwste vermoeden dat ik ooit zelf nog eens gehandicapt zou raken. Maar ik heb die strip toendertijd blijkbaar wel in mijn geheugen gebrand. Hij ging helemaal niet over handicaps. Op het plaatje zie je een oudere man met een jonge, erg blonde vrouw in een restaurant. De vrouw pruilt en de man probeert haar gerust te stellen. Ze is niet dom, alleen maar beperkt. Maar de satirische neerbuigendheid is zo sterk dat het grote indruk op mij gemaakt moet hebben. Beperkt is minder erg. Daaraan moet ik steeds denken als gehandicapten nu mensen met een beperking genoemd worden. Iedere zoveel jaar bedenkt de zorg- en welzijnsmafia namelijk nieuwe termen. Heel vroeger noemde men gehandicapten ‘ongelukkigen.’ Later kwam de term: invalide. Daarna gehandicapte, mensen met een handicap en mensen met een functiebeperking. Nu heten wij ineens: mensen met een beperking. Wat een stigmatiserende uitdrukking. Je hebt een handicap als iets van je lichaam niet doet wat het moet doen. Er zijn dus ook mensen zonder handicap. Maar er zijn geen mensen zonder beperking toch? Een beperking betekent dat je niet alles kunt. Een handicap dat je gehinderd wordt in iets te kunnen. De Duitse term ‘behinderte’ spreekt me daarom veel meer aan. Ik wil niet aangesproken worden op dat ik beperkt zou zijn. Ik zie zelf wel in hoeverre mijn handicap mij beperkt. Handicap is ook een golfterm waarmee bepaald wordt in hoeveel slagen een speler gemiddeld 18 holes speelt. Zo worden de scores van allerlei spelers met elkaar vergeleken. Je kunt zelfs een positieve handicap hebben. Kijk, dat vind ik leuk. Daarom zitten bij ‘beperking’ mijn oren dicht. Ik heb namelijk een handicap.
Abonneren op:
Posts (Atom)

