© Foto's Jan Beerling
15 januari 2016
Kunstproject 'Stellingname 2.0' compleet
01 januari 2016
28 december 2015
Wachten op twaalf uur?
© Foto Dora Brandt (2008)
Hier mijn drie 'Wachters' in een andere rol. Op een heuvel in het land bij het door Pier van Dijk georganiseerde kunstproject 'Tussen mest en mais' in Lemselo in 2008. Dora Brandt maakte toen deze foto waarop het nu lijkt alsof ze staan te wachten op het nieuwe jaar. Nog een paar uurtjes...
25 december 2015
10 december 2015
Gaat het wel goed?
© Foto, persfoto uit tv-serie Ironside
Toffe Theo (eerder gepubliceerd 27-02-2007)
Naast mij klonk een doffe klap en een diepe grom. Ik keek en zag schele Henkie met zijn hele tronie onder het bloed. Hij duizelde op zijn benen en spuugde een losse tand uit. Een van zijn krukken lag op de grond. Lepe Eddie had hem vol in zijn gezicht geraakt. Eddie wierp mij een dreigende blik toe en loerde spiedend de fysio oefenzaal rond. Niemand had zijn snelle actie opgemerkt. ‘Hé peut’, riep hij grijnzend naar een fysiotherapeut, ‘raap Henkie effe op. Hij sloeg zomaar met zijn smoel tegen de vloer’. Het liep niet lekker tussen Henkie en Eddie. Henkie had het gewaagd in het eetzaalgebied van Eddie te gaan zitten. De jongens van Eddie deden niks onder de ogen van de restaurantmedewerkers. Maar de kiem voor bendeoorlog was gelegd. Henkie had intussen ook wat knapen om zich heen verzameld en enkele tafels veroverd. Iedereen voelde de dreiging en bleef uit de buurt. In het hele centrum was de sfeer veranderd. ’s Avonds kon je maar beter niet in de lange verlaten gangen komen. Dat was gang-land waar de mannen van Eddie en Henkie vanuit hun rolstoelen om de heerschappij vochten. De revalidatieartsen hadden geen idee van wat er zich buiten hun spreekkamers afspeelde. Ik bleef er buiten. Tot ze toffe Theo vonden. Te laat geremd voor een blinde muur, zeiden ze, maar iedereen wist beter. Lepe Eddie had hem met zijn rolstoel geplet in de achterste gang. Die avond haalde ik de Walther P38 uit mijn nachtkastje. Met het oude vertrouwde wapen diep in mijn rolstoelkussen weggedrukt dook ik in een donkere hoek van de achterste gang. Toen Eddie passeerde floot ik. Hij stopte en draaide verbaasd zijn rolstoel om. Ik richtte, kromde mijn wijsvinger en haalde de aangepaste trekker drie keer over. Eddies bloed spatte tegen de muur. Hij had toffe Theo met rust moeten laten.
Naast mij klonk een doffe klap en een diepe grom. Ik keek en zag schele Henkie met zijn hele tronie onder het bloed. Hij duizelde op zijn benen en spuugde een losse tand uit. Een van zijn krukken lag op de grond. Lepe Eddie had hem vol in zijn gezicht geraakt. Eddie wierp mij een dreigende blik toe en loerde spiedend de fysio oefenzaal rond. Niemand had zijn snelle actie opgemerkt. ‘Hé peut’, riep hij grijnzend naar een fysiotherapeut, ‘raap Henkie effe op. Hij sloeg zomaar met zijn smoel tegen de vloer’. Het liep niet lekker tussen Henkie en Eddie. Henkie had het gewaagd in het eetzaalgebied van Eddie te gaan zitten. De jongens van Eddie deden niks onder de ogen van de restaurantmedewerkers. Maar de kiem voor bendeoorlog was gelegd. Henkie had intussen ook wat knapen om zich heen verzameld en enkele tafels veroverd. Iedereen voelde de dreiging en bleef uit de buurt. In het hele centrum was de sfeer veranderd. ’s Avonds kon je maar beter niet in de lange verlaten gangen komen. Dat was gang-land waar de mannen van Eddie en Henkie vanuit hun rolstoelen om de heerschappij vochten. De revalidatieartsen hadden geen idee van wat er zich buiten hun spreekkamers afspeelde. Ik bleef er buiten. Tot ze toffe Theo vonden. Te laat geremd voor een blinde muur, zeiden ze, maar iedereen wist beter. Lepe Eddie had hem met zijn rolstoel geplet in de achterste gang. Die avond haalde ik de Walther P38 uit mijn nachtkastje. Met het oude vertrouwde wapen diep in mijn rolstoelkussen weggedrukt dook ik in een donkere hoek van de achterste gang. Toen Eddie passeerde floot ik. Hij stopte en draaide verbaasd zijn rolstoel om. Ik richtte, kromde mijn wijsvinger en haalde de aangepaste trekker drie keer over. Eddies bloed spatte tegen de muur. Hij had toffe Theo met rust moeten laten.
31 oktober 2015
Lekker slaaplopen
© Video: Jan Beerling
Column - Het is mooi weer en ik loop over straat. Dan wordt ik mij bewust van een man in rolstoel. Vlak achter mij. Hij gaat gelijk met mij op maar ik ken hem niet. Ik versnel mijn pas. De man in de rolstoel blijft op dezelfde afstand. Ook als ik ga rennen. Plotseling een grote schok. Met open ogen lig ik in een ziekenhuisbed. Klaarwakker en ik heb het gedroomd. De dwarslaesie zit blijkbaar nog niet in mijn onderbewuste'. Dit schreef ik op 31 oktober 2006 in één van mijn toen wekelijkse columns voor de Wegener huis-aan-huisbladen. Nu ben ik precies negen jaar verder. Nog steeds loop ik in mijn dromen. Niet als iets bijzonders. Ik loop zoals ik altijd liep en het valt me niet op. Ik heb ook andere loopdromen. Dan loop ik maar na een tijdje gaat het lopen moeilijker. Alsof ik moe word. Ik word mij er plotseling van bewust dat ik loop. Dat ik wéér loop. Opnieuw! Het moeilijk lopen vind ik dan ineens niet zo gek. 'Natuurlijk', denk ik in die droom. 'Ik loop nog niet zo lang weer. Dat moet ik opnieuw opbouwen en dit gaat nog niet eens zo slecht'. Ergens daar stopt de droom of mijn herinnering eraan. Afgelopen week had ik plotseling weer zo'n droom. Waarschijnlijk gestimuleerd door vragen van een collega kunstenares. Nu werd ik door anderen rechtop gezet. Vlak bij een tafel of een hek. Dat weet ik niet precies meer. Plotseling liepen zij weg en lieten mij zo staan. Ik schrok. Was bang te vallen en hield me krampachtig vast. Maar ik bleef staan en voelde het gewicht op mijn benen. Ik stond zelf. Hield me een beetje vast, maar ik stond. En hoe. Dat voelde goed! En dat gevoel ken ik. Want ik heb gestaan en ik heb gelopen. Met mijn dwarslaesie! Binnen een half jaar na mijn ontslag uit de revalitaria zwom ik in een aangepast zwembad. Met hulp deed ik in het water loopoefeningen. Hield me aan één kant vast aan de zwembadrand. Aan de andere kant werd ik ondersteund. Ik liep. Kon gecontroleerde stappen zetten op mijn eigen benen. Geholpen door de opwaartse druk van het water en de uitstekende begeleiding van de door mij zelf gevonden begeleidster. De afgelopen jaren heb ik ook vier keer een periode van zes weken looptraining gevolgd bij een grote revalitaria in Nijmegen. Na een keuring mocht ik komen. Twee keer per week een half uur in de Lokomat. Ik kreeg meer spierkracht en meer coördinatie over mijn spieren. Daarna had ik twee moeilijke jaren door persoonlijke omstandigheden maar nu train ik weer. Nog niet in de Lokomat. Dat komt nog, als het aan mij ligt. Eerst weer opbouwen en tot die tijd lekker slaaplopen in mijn dromen.
22 oktober 2015
Twijfel
© Foto Jan Beerling
Column - Ineens ben ik weer daar. Daar, boven aan die trap. Die trap
waar ik af zou vallen. Plotseling is het weer 17 augustus 2006. Midden in de
nacht. Het moet een uurtje of twee zijn en ik moet dringend plassen. Dat moest
ik bijna iedere nacht wel een keer. Mijn lichaam maakt me dan wakker en bijna op
de automatische piloot ga ik mijn bed uit, de trap af naar de wc beneden en dan
weer terug, de trap op en mijn bed weer in. Gewoon lekker verder slapen. Om
niet té wakker te worden doe ik alleen het bedlampje aan. De rest van de
vertrouwde weg vind ik bijna blindelings, geholpen door schemerlicht van het
lampje en het licht van straatlantaarns dat hier en daar naar binnen sijpelt
door spleten in de gesloten luxaflex. Zo ver kom ik die nacht niet. Ik stap boven
aan de trap mis en ik val. De rest is geschiedenis. Maar zeker niet vergeten.
Ik heb een medewerkster op bezoek van de thuiszorgorganisatie waar ik af en toe
mee van doen heb. Er bleek nooit een complete anamnese van mijn situatie te
zijn gemaakt. 'Een dwarslaesie, hoe is die precies ontstaan? Tja, moest ik toch
alles weer even langs laten komen. De trap, de val en het zo'n negen uur lang
klem liggen. Mezelf niet kunnen bevrijden. Ik legde uit hoe ik klem lag.
Opgerold in een hoek daar waar de trap een bocht maakt. Mijn hoofd werd
voorover gedrukt met mijn kin op de borst. Mijn benen ophoog langs de
binnenkant van de trap. En tegen de kruk van de deur naar de kamer. Die was
dicht. Mijn linkerarm lag onder mijn lichaam. die kreeg ik niet vrij. Alleen
met mijn rechterarm kon ik iets. Kon ik bij de deur komen en net bij de kruk. Maar
ik kreeg mijn benen niet opzij zodat ik er goed bij kon. Ik had het complete
verhaal al lang niet meer verteld. En toen, midden in het gesprek, kwam het. De
twijfel sloeg plotseling bij mij toe. Had ik wel genoeg gedaan om mezelf uit
die benarde situatie te bevrijden, zo vroeg ik me af. De thuiszorgmedewerkster hoorde
mijn plotselinge twijfel. 'Zal toch zeker wel', zei ze. 'Zeker', beaamde ik. 'Ik had ook behoorlijke pijn en
je wilt echt wel uit zo'n situatie'. We
rondden ons gesprek af maar de twijfel bleef nog even zitten. Die nacht heb ik er
slecht van geslapen.
Abonneren op:
Posts (Atom)





